Platvoeten
Oorzaak
Bij platvoeten is het lengtegewelf van de voet aan de binnenzijde ingezakt en staat het hielbeen naar binnen gekanteld. Op hele jonge leeftijd heeft eigenlijk 100% van de kinderen een platvoet en op volwassen leeftijd nog minder dan 5% van de bevolking. De natuur corrigeert dus in de loop van de tijd meer dan 95% van de (soepele) platvoeten spontaan.
Soepele en stugge platvoeten
Onderscheid wordt gemaakt tussen soepele en stugge platvoeten. Men spreekt van soepele platvoeten als in tenenstaand het lengtegewelf ontstaat en het hielbeen weer fraai recht onder het onderbeen komt te staan. Ook bij het in stand optillen van de grote teen toont dit effect. In zittende positie met afhangende benen wordt eveneens een normale voetvorm zien. In het geval van een stugge platvoet is er geen enkele correctie zichtbaar in tenenloop of zittende positie. Het onderscheid in een soepele dan wel stugge platvoet is belangrijk aangezien in de laatste groep er vaak sprake is van een anatomische afwijking aan het voetskelet waarvoor verder onderzoek en eventuele behandeling noodzakelijk is.
Behandeling
De behandeling van een soepele platvoet bestaat grotendeels uit uitleg aan de ouders over het zelf oplossende karakter van deze aandoening (95% verdwijnt immers spontaan). Belangrijk te weten is dat een steunzool geen bijdrage levert aan het al dan niet corrigeren van de platvoetjes. Een steunzool vinden we dan ook alleen geïndiceerd wanneer er sprake is van een soepele platvoet met klachten als pijn/krampen aan de voeten of benen, slecht kunnen wandelen, frequent over de eigen voeten struikelen etc. Ook het dragen van “goede” (vaak dure) schoenen heeft geen bewezen positieve invloed op de verdere voetontwikkeling!
