Hallux rigidus behandeling
Conservatieve behandeling
In de eerste plaats proberen we de klachten onder controle te krijgen met niet operatieve behandelingen zoals schoenaanpassing, pijnstilling of een infiltratie in het pijnlijke gewricht.
Operatieve behandeling
In sommige gevallen helpt dit onvoldoende en zal een operatieve ingreep noodzakelijk zijn. Afhankelijk van de ernst van de slijtage zijn er twee ingrepen die vaak gebruikt worden:
-
Cheilectomie
Deze techniek is vooral aangewezen als de slijtage niet te uitgesproken is. Bij een cheilectomie worden alle aanwezige botranden en het ontstoken slijmvlies weggenomen. Hiermee wordt vooral de mobiliteit van de grote teen verbetert, maar ook de pijn neemt af. Het grote voordeel van deze techniek is dat de beweeglijkheid van de teen blijft bestaan en zelfs verbetert. Deze techniek werkt niet bij een ernstige slijtage (artrose). Een cheilectomie is een eenvoudiger ingreep dan een artrodese. Na de operatie hoeft de voet niet in het gips gezet te worden. - Artrodese
Bij meer uitgesproken artrose wordt het pijnlijke gewrichtje vastgezet. Deze fixatie gebeurt in een stand, zodat het verlies aan beweeglijkheid zo weinig mogelijk het normale looppatroon verstoort. Bij deze ingreep wordt al het (beschadigde) kraakbeen verwijderd uit het gewricht, zodat er bot-op-bot contact is. Het gewricht wordt dan gefixeerd met schroefjes zodat het aan elkaar kan groeien. Als het bot vastgegroeid is, zal de pijn weg zijn. Het laatste kootje van de grote teen blijft beweeglijk, zodat bijna alle schoeisel kan gedragen worden. Na de operatie moet de voet in het gips totdat het gewricht helemaal is vastgegroeid. Dit duurt meestal 4-6 weken.
