Schouder stabilisatie operatie

Schouder stabilisatie operatie

Er zijn twee soorten schouder stabilisatie operaties:

  • Bij een Bankart laesie is het onderste gedeelte van de kraakbeenring beschadigd en vaak zelfs losgelaten van de schouderkom. De schouder is hierdoor minder stabiel. 
  • Bij een SLAP (Superior Labrum Anterior to Posterior) laesie is het bovenste gedeelte van de kraakbeenring beschadigd of zelfs losgelaten van de schouderkom. Soms is naast de kraakbeenring ook de bicepspees beschadigd.

 

Operatie
Tijdens de operatie zal de kraakbeenring die beschadigd of losgekomen in van de kraakbeenring, terug vastgehecht worden aan de schouderkom. Dit gebeurt met behulp van ankers in het bot en draden waarmee het weefsel wordt opgepakt. Als het kapsel beschadigd is, zal dit gehecht worden. Door deze ingreep wordt het schoudergewricht weer stabiel gemaakt.

Als er sprake is van een SLAP laesie dan zal tijdens de operatie de kraakbeenring weer vastgehecht worden, eventueel samen met de bicepspees.

Bij de operatie zal de orhtopedisch chirurg beginnen met een arthroscopie (kijkoperatie). Afhankelijk van de bevindingen tijdens de arthroscopie zal de orthopedisch chirurg de operatie vervolgen. Over het algemeen zullen alle verdere verrichtiingen die middels arthroscopische techniek kunnen plaastvinden, uitgevoerd worden.

In het geval dat een arthroscopie niet afdoende is zal een 'open' operatie gepland worden. Dit gebeurt meestal in een vervolg operatie.

Nabehandeling
Na een stabilisatie operatie mag de schouder gedurende enkele weken niet volledig worden gebruikt.

Stuur deze pagina door

Stuur deze pagina door

Uw gegevens:





Vriend gegevens:






Onderdelen met een * zijn verplicht.